Geschiedenis van het paasvuur

Op veel plekken in het oosten van Nederland, Friesland en Noord-Brabant reiken de vlammen dit weekend weer tot hoog in de hemel, als de paasvuren, of beter gezegd: de paasbulten worden aangestoken.
De oorsprong van het paasvuur is onduidelijk, maar zeker is dat het om een eeuwenoude traditie gaat.

Over de oorsprong van het paasvuur is niet veel bekend.

Het paasvuur is waarschijnlijk ontstaan uit verschillende heidense gebruiken en tradities, die later in het christendom verweven geraakt zijn.
De oudste schriftelijke bronnen over paasvuren dateren uit het midden van de 16e eeuw.
Vermoedelijk was het paasvuur eeuwen geleden vaak aanleiding voor een feestje, compleet met drank en wilde dansen.
In de 17e eeuw probeerde de protestantse kerk daarom een einde te maken aan deze traditie.
Toen een verbod geen effect bleek te hebben, werden de paasvuren ingepast in de christelijke tradities.
De kerk vormde het paasvuur om tot het aansteken van de paaskaars, als teken van de Verrijzenis van de Zoon van God.

Grote feesten

De paasvuren zijn nog altijd drukbezocht.
Over het algemeen is het een echt dorpsgebeuren. In Nederland worden de meeste paasvuren ontstoken in Drenthe, Overijssel en Gelderland.
Verder komen in Friesland en in delen van Noord-Brabant veel traditionele paasvuren voor.
Vaak wordt er al maanden voor Pasen begonnen met het verzamelen van snoei- en afvalhout om de paasbult of –stapel, die de basis vormt van het vuur, op te kunnen bouwen.